door Ivan Cairo
PARAMARIBO — Het is sociale partners opgevallen dat bepaalde wetgeving niet meer door de regering wordt ingediend bij De Nationale Assemblee (DNA), maar als initiatiefwet door parlementariërs van de coalitie. Zo werd de gewijzigde BTW-wet ingediend door de VHP-assembleeleden Evert Karto en Ronny Aloema. Vakbondsleiders voerden in hun weerstand tegen de invoering van die gewijzigde wet aan dat zeer waarschijnlijk voor dat traject is gekozen om discussie of tegenstand in de Staatsraad te vermijden.
Onlangs zijn de initiatiefwetten tot wijziging van de wet Dividendbelasting 1973 en de wet Inkomstenbelasting 1922 door VHP-fractieleider Asiskumar Gajadien bij DNA ingediend. Deze voorstellen schijnen niet in goede aarde te zijn gevallen bij een deel van het bedrijfsleven, de organisatie van belastingdeskundigen en sommige politici. Ook nu wordt vermoed dat de regering discussie en eventueel oponthoud wil voorkomen en voor een snellere weg heeft gekozen omdat het parlement bij een initiatiefwet niet verplicht is advies van de Staatsraad te vragen.
“Het kan dus best worden verondersteld dat deze manier van indiening van wetswijzigingen kritiek vanuit te samenleving op de regering en het regeerbeleid minimaliseert”
Procedure
Staatsraadslid Amzad Abdoel (NDP) legt de Ware Tijd het proces uit bij de totstandkoming van wetgeving en wat op de achtergrond kan spelen. De Staatsraad brengt advies uit aan de president nadat deze hem de documenten over een onderwerp heeft voorgelegd. Bij de normale gang van zaken zou de raad van ministers (RvM) eerst een wetsvoorstel moeten behandelen en goedkeuren. Dan moet het door de president met een schrijven van de RvM – of nu ook de regering – naar de Staatsraad worden gestuurd voor advies.
Indien DNA-leden een initiatiefvoorstel indienen wordt dat door de voorzitter naar de president gestuurd voor advies. Ook in dat geval adviseert de Staatsraad het staatshoofd. Volgens Abdoel kan, om tijd te winnen of om kritiek te vermijden, de regering haar coalitieleden vragen om een wetswijziging als initiatiefwetsvoorstel in te dienen. Bij de behandeling van zo een initiatiefvoorstel ligt de verantwoordelijkheid niet bij de regering maar bij de indieners.
De regering ondersteunt in dat geval door het uitleggen van haar beleid. “Het kan dus best verondersteld worden dat deze manier van indiening van wetswijzigingen kritiek vanuit te samenleving op de regering en het regeerbeleid minimaliseert. De initiatiefnemers hoeven zich nergens te verantwoorden en de behandeling gaat vrij snel”, zegt Abdoel.
Bedrijfsleven en vakbeweging
Hij wijst erop dat de Staatsraad een grondwettelijk orgaan is met vertegenwoordigers van politieke partijen, het bedrijfsleven en de vakbeweging. Bij de Staatsraad kan zowel het bedrijfsleven als de vakbeweging proberen de eigen belangen veilig te stellen. Abdoel: “Er wordt niet geschroomd om keiharde standpunten in te nemen en aandachtspunten door te geven aan de president. Hem kan zelfs worden geadviseerd om niet mee te werken aan een concept- of ontwerpwet. De leden van de Staatsraad hebben geen directe verantwoordingsplicht tegenover een fractieleider of de voorzitter van hun politieke partij. Zij mogen ongenuanceerd hun advies uitbrengen.”
Het bedrijfsleven of de vakbond kan de behandeling vertragen van wetsontwerpen die hem niet liggen. Via de Sociaal Economische Raad of het Tripartiet Overleg kan dan behoorlijk wat druk worden uitgeoefend om alsnog de belangen van die actoren veilig te stellen, zegt de NDP’er. “Zo is bij het staatsbesluit voor het Algemene Pensioen de werking met terugwerkende kracht on hold gezet. Dat wil zeggen dat het weer gewijzigd zal worden. Het bedrijfsleven heeft behoorlijk wat druk gezet op de regering en het besluit was simpelweg incorrect.”
De ontwerpwet Dividendbelasting is volgens Abdoel in deze tijd een bittere pil voor het bedrijfsleven. “Het zal voor enorme discussies zorgen. Om die discussies binnen en met de regering te vermijden wordt het als initiatiefvoorstel ingediend. In DNA zal het bedrijfsleven slechts worden aangehoord”, zegt de politicus.
In tegenstelling tot de Staatsraad, waarin het bedrijfsleven wel een directe vertegenwoordiging heeft en direct zijn belangen kan aankaarten en verdedigen bij de advisering van de president, heeft het geen directe vertegenwoordiging in de assemblee. Het enige dat het kan doen is lobbyen om zijn belangen daar veilig te stellen.
Een conceptwet waarvoor een negatief advies is uitgebracht, wordt volgens Abdoel direct aangemerkt als een concept waarvoor geen maatschappelijke draagvlak is. “Elke regering wil dat voorkomen. Bij een initiatiefvoorstel kan dat vraagstuk makkelijk worden gepareerd.”