‘Het is een zeer ongezonde situatie’
PARAMARIBO — Omdat assembleeleden niet de deskundigheid hebben om specialistische wetsvoorstellen voor te bereiden moeten ze dat overlaten aan experts. Dat stelt fiscaal-jurist Roy Shyamnarain tegenover de Ware Tijd naar aanleiding van de wet Dividendbelasting die VHP-fractieleider Asiskumar Gajadien als initiatiefwet bij De Nationale Assemblee (DNA) heeft ingediend.
Tekst Ivan Cairo
Beeld dWT Archief
De deskundige raadt assembleeleden af dit wetsvoorstel goed te keuren mocht het in behandeling worden genomen. “Zonder te willen komen aan het recht van initiatief van De Nationale Assemblee, is het een zeer ongezonde situatie als het initiatief voor ingrijpende fiscale wetten aan individuele parlementsleden wordt overgelaten. Ze missen de deskundigheid daarvoor en hebben ook het apparaat om hun in de voorbereiding adequaat bij te staan niet ter beschikking.” Hij verwijst als voorbeeld naar “de knullige manier waarop met de invoering van de btw is gerommeld.”
“De SFB geeft de initiatiefnemers in overweging het ingediende wetsontwerp in te trekken. Tegelijk verzoekt ze de regering om de initiatiefnemer ernstig te ontraden dit wetsontwerp door te zetten“
Staatsraad buiten spel
Shyamnarain: “Waar deskundigen jaren over hebben gedaan om een, in de Surinaamse context, werkbare BTW-wet voor te bereiden zijn er, uit kennelijk opportunistische overwegingen, overnight daarin allerlei wijzigingen aangebracht. Het gevolg daarvan is dat de huidige wet slechts een schim is van wat de samenstellers ervan oorspronkelijk voor ogen hebben gehad. En nu het een complete chaos blijkt te zijn geworden, schuift iedereen de schuld van zich af.”
De fiscalist stelt dat het primair de taak van de regering is om dit soort wetgeving voor te bereiden, want zij heeft met de Belastingdienst ook het apparaat om de uitvoerbaarheid en de mogelijke gevolgen daarvan het beste in te schatten. De motivering bij de ingediende initiatiefwet trekt hij in twijfel. “De gegeven motivering dat het bedoeld is om het investeren in Suriname te stimuleren, dekt de lading niet. Het lijkt duidelijk een zogenaamde ‘false flag operation’”, aldus de belastingdeskundige.
De ingediende Dividendwet lijkt volgens hem een beloning voor mensen, die jaren de heffing van dividendbelasting hebben ontlopen. “Het is oneerlijk ten opzichte van belastingplichtigen die wel de winsten uit hun NV hebben uitgekeerd en daarover netjes de verschuldigde dividend- en inkomstenbelasting hebben betaald.”
In diverse kringen wordt beweerd dat de regering bij het willen invoeren van discutabele wetgeving ervoor gekozen heeft om die wetsvoorstellen door coalitieparlementariërs te laten indienen. Deze werkwijze zou worden gekozen om de Staatsraad te omzeilen, die eerst geraadpleegd zou moeten worden door de regering als ze een wetsvoorstel wil indienen bij het parlement.
De Nationale Assemblee hoeft geen advies aan de Staatsraad te vragen. “Ik weet niet of het in dit geval de bedoeling is om zo bemoeienis van de Staatsraad te ontlopen. Het zou jammer zijn als dat zo mocht zijn, want daarmee ondergraaf je eigenlijk een van de grondslagen van behoorlijke wetgeving, namelijk vinden van een zo groot mogelijk maatschappelijk draagvlak”, reageert Shyamnarain op een vraag van de krant.
Oneerlijke beloning
De Surinaamse Federatie van Belastingadviseurs (SFB), is zeer onaangenaam verrast met de ingediende initiatiefwet tot wijziging van de Wet Dividendbelasting 1973 en de Wet Inkomstenbelasting 1922. Dit staat in een communiqué van de SFB, waarvan Shyamnarain voorzitter is. Na bestudering concludeert de belangenorganisatie dat dit wetsontwerp overkomt als een ad hoc maatregel, die weinig doordacht lijkt.
Ook mist de SFB de samenhang hiervan binnen het overige fiscale beleid van de regering. Deze maatregel lijkt een beloning te zijn voor belastingplichtigen, die jaren de heffing van dividendbelasting en inkomstenbelasting hebben ontlopen, en nu in één keer de kans krijgen om de in hun NV’s opgepotte winsten belastingvrij aan zichzelf uit te keren.
“En dat terwijl de regering juist nu naarstig op zoek is naar meer financiële middelen om de allesomvattende economische malaise in ons land het hoofd te bieden. Een grotere onrechtvaardigheid in deze tijd lijkt moeilijk denkbaar, vooral omdat het hier gaat om een initiatiefwet uit De Nationale Assemblee”, stelt de federatie. Er wordt gesteld dat het grootste deel van de gemeenschap op dit moment “ernstig gebukt gaat onder de gevolgen van de rommelige doorvoering van de BTW en loontrekkers zelfs massaal de straat op moeten gaan om een evenwichtigere belastingdruk over hun inkomsten af te dwingen”.
Memorie van Toelichting
Volgens de SFB wordt in de Memorie van Toelichting verduidelijkt dat het gaat om het stimuleren van investeringen in Suriname. Maar veel ondernemers worden juist in de dagelijkse praktijk geconfronteerd met het terugschroeven van voor hun vitale vrijstellingen op de import van bedrijfsmiddelen en overige inputs. Deze vrijstellingen zijn hard nodig om hun bedrijf in deze moeilijke periode draaiende te houden en verder verlies van arbeidsplaatsen te voorkomen.
“De vele mooie woorden in de ontwerp-Memorie van Toelichting over het stimuleren van investeringen, lijken daardoor slechts holle frasen. Als het de initiatiefnemer(s) werkelijk menens is om investeringen en economische bedrijvigheid in Suriname te stimuleren, dan zou er naar de mening van de SFB, liever voor gekozen kunnen worden om de bestaande Investeringswet 2001 te actualiseren en in volle omvang toe te passen.”
De federatie vindt het wetsontwerp zeer onrechtvaardig. Ze typeert het als een rechtstreekse belediging naar belastingplichtigen, die in de loop der jaren wel de winsten uit hun bedrijf hebben uitgekeerd en netjes de verschuldigde dividendbelasting en inkomstenbelasting daarop hebben betaald. Daarnaast kan deze maatregel ook een demotiverend effect hebben op medewerkers van de Belastingdienst, die ondanks de gebrekkige beschikbare middelen toch het optimale voor de Staat proberen binnen te halen.
De SFB geeft de initiatiefnemers in overweging het ingediende wetsontwerp in te trekken. Tegelijk verzoekt ze de regering om de initiatiefnemer ernstig te ontraden dit wetsontwerp door te zetten. Voor het geval het toch door De Nationale Assemblee in behandeling mocht worden genomen, doet de SFB een dringend beroep op het parlement als geheel, “om in het belang van een rechtvaardige verdeling van lasten binnen onze gemeenschap, het betreffende wetsontwerp niet goed te keuren”.