Minister Parmanand Sewdien van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) blijft erbij dat hij geen informatie heeft omtrent de komst van mennonieten naar Suriname. De bewindsman heeft zelf geen idee of deze groep al in het land is. Zo liet hij woensdag weten vóór aanvang van de vergadering van de Raad van Ministers (RvM).

Volgens milieuorganisaties zou de minister wel meegenomen zijn in de mail met de minister van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS) over de komst van de mennonieten. De bewindsman is intussen benaderd door een vertegenwoordiger van de groep, te weten Ruud Souverein, directeur van Terra Invest Suriname en Guyana in Suriname.

Minister Sewdien hoopt deze week een gesprek te kunnen hebben met Souverein om zelf aan te horen wat de plannen van de mennonieten zijn. Voor de LVV-bewindsman is wel duidelijk dat de mennonieten ruim 400 hectare grond hebben gekocht van een nu nog onbekende particulier. Sewdien weet dat dit niet voldoende is en dat de mennonieten op veel meer grond mikken om hun productieplannen uit te voeren.

Hij benadrukt dat LVV geen grond ter beschikking heeft gesteld aan de groep. Sewdien merkt op dat de regering zich inzet voor het behoud van Surinames 93 procent bosbedekking. Er zal daarom nagegaan moeten worden of de mennonieten daadwerkelijk geaccommodeerd kunnen worden. Hij benadrukt dat grootschalige ontbossing voorkomen moet worden.

De bewindsman is ermee eens dat er buitenlandse investeerders aangetrokken moeten worden. Echter moeten wet- en regeling in Suriname ook in orde zijn. Hij zegt verder dat er geen toewijzing zal zijn van 10.000 hectare grond voor de productie van soja. “Er moet ook nagegaan worden hoeveel grond wij nodig hebben voor onze eigen productie. Het is ook niet duidelijk hoe deze groep zal bijdragen aan de staatskas wat betreft belastingen.”

Minister Sewdien vraagt zich ook af hoe de mennonieten zullen integreren binnen de multiculturele Surinaamse samenleving. “Op een gegeven moment kunnen we een situatie krijgen van een staat in een staat, omdat deze groep in afgesloten gemeenschappen woont en zij niet omgaan met personen buiten hun groep om.”