Ricky

Sharda Ganga
Shoeket logo

Bron: De Ware Tijd

25 November 2023 14:00

Voor mij lezen

Ricky was in een ver verleden mijn tuinjongen. Niet een tuinman, want hij was gewoon echt een jongen. Tijdens de oorlog waren ze gevlucht naar de stad; hij, zijn moeder, broer, zussen. Om aan geld te komen kwam hij de ene zaterdag bij mij, en de andere zaterdag bij achterbuurman Ronny.

Die job had hij overgenomen van zijn broer, wiens naam ik ben vergeten. Broer heeft het slechts een paar maanden volgehouden, op een dag kwam hij melden dat hij voor zijn oom ging werken. Maar of zijn broertje Ricky, die op de technische school zat, zijn plek kon overnemen? Dan kon hij helpen het gezin te onderhouden.

“Het is de schuld van de staat, maar het is ook van ons allemaal, die niet hard genoeg beuken tegen historisch en hedendaags onrecht”

Het was ergens midden jaren negentig, luttele jaren na het einde van de Binnenlandse Oorlog. Ik woonde in een oppashuis; een huis dat onverhuurbaar was vanwege achterstallig onderhoud. Suriname was ook toen in financiële crisis. Ik was jong en arm, maar het grasveld was enorm. Ricky, toen ongeveer vijftien of zestien jaar, was enorm welkom. Elke zaterdag maakte ik een grote kan stroop en broodjes met pindakaas, voor zijn pauze. Soms zaten we op de trap samen die broodjes te eten.

Op een dag stond Ricky onaangekondigd voor mijn deur. Het was geen zaterdag. Ik was bezorgd, of er iets was? Ja, zijn broer had een boodschap gestuurd, of Ricky snel naar hem toe kon gaan. Of ik wat geld had voor de truckbus naar Atjoni? En dat was de laatste keer dat ik Ricky zag.

Achterbuurvrouw Joan is hij nog wel ooit gaan opzoeken, bijna een jaar later. Zij werkte bij Dojo Couture, toen een winkel waar ik nooit kwam vanwege de prijzen. Stond Ricky plots voor haar neus, vertelde Joan, beeldschoon in nieuwe spijkerbroek, gympen en T-shirt. Hij bekeek het assortiment belachelijk dure leren riemen en zocht samen met Joan twee exemplaren uit: één voor hem en één voor zijn broer. Hij stuurde de groeten voor me.

Dit was de eerste keer dat ik begreep dat er een gold rush gaande was in het binnenland. Heb ik het Ricky kwalijk genomen dat hij zijn geluk is gaan beproeven? Nooit. Ik vond het spijtig dat hij me niet had verteld waarom zijn broer hem had geroepen, maar ik kon me ook voorstellen dat hij geen zin had in een preek over ‘op school blijven’. Zijn realiteit was dat hij nog jaren in armoede zou moeten leven, en na zijn school een karige boterham zou kunnen verdienen. In het bos wachtte het goud, dat hem in één klap kon brengen naar shoppen bij Dojo. Die kans wilde hij nemen en ik kon dat begrijpen.

Hoe is het vergaan met Ricky vraag ik me sinds maandag af. Was hij in die tunnel? Was zijn zoon in die tunnel? In hoeveel van die gevaarlijke putten en tunnels heeft hij in de afgelopen dertig jaar gestaan?

Het lijkt alsof ik sinds maandagavond minstens drie keer per dag bezig ben mensen uit te leggen dat de mannen die door de aarde zijn verzwolgen echt niet voor hun plezier daar waren, dat ‘eigen schuld, dikke bult’ niet opgaat. Ga je me zeggen dat het de schuld van de overheid is, vroeg iemand me? Ja, dat is het. Door de eeuwenlange achterstelling en verwaarlozing en het zien van mensen als derderangsburgers aan wie je niet dezelfde mate van zorg en kansen hoeft te bieden. Door de nalatigheid om de ordening van de goudsector serieus aan te pakken. Door het toestaan dan privébelangen van politici steevast boven het nationale belang gaan en boven het leven en de veiligheid van burgers.

Het is de schuld van de staat, maar het is ook van ons allemaal, die niet hard genoeg beuken tegen historisch en hedendaags onrecht, die niet steevast eisen dat aan deze misstanden een eind komt, die niet solidair genoeg zijn met mensen die ver van ons leven, in zowel letterlijke als figuurlijke zin. Als we op zaterdag weer de onafhankelijkheid gedenken, laat ons daar dan bij stilstaan: dat ook wij verantwoordelijk zijn voor het wel en wee van al onze mede-Surinamers.

[email protected]

Bekijkt origineel bericht ⇒

Meer actueel