‘Het waren zonen, echtgenoten en vaders’
Het is dinsdagochtend en muisstil in de goudmijn waar een dag tevoren zich een ernstig ongeval voordeed. Alleen het geluid van vogels en krekels is te horen. Hier en daar liggen lege petflessen, rugzakken en een paar kaplaarzen als stille getuigen. Op deze plek is maandagmiddag een deel van de mijn ingestort en terechtgekomen op het lager gelegen deel waar tientallen goudzoekers aan het werk waren.
Tekst en beeld Edwien Bodjie
Zeker vijftien mijnwerkers zijn bedolven onder het puin en omgekomen. Het ongeluk gebeurde in het Matawaigebied in een goudconcessie van multinational Zijin Mining Group voorheen Rosebel Gold Mines. In een andere goudmijn is het afgelopen weekend ook een goudzoeker omgekomen. Overigens, het gebeurt volgens ingewijden regelmatig in Suriname dat goudzoekers bedolven raken door losgeraakte bergwanden of andere vormen van instorting.
“Dit is zwaar, echt zwaar, je rent ernaartoe om je collega’s te bevrijden, dan kom jij zelf ook om het leven”
Goudzoeker Mafado Doekoe
Collega’s durven niet terug naar de plek te gaan. “Fu lasi so meni mati tapu wan presi, no man, mi no man go drape moro”, zegt Mafado Doekoe tegen de Ware Tijd. Hij zit samen met andere goudzoekers in een tent een paar honderd meter van de rampplek. Zichtbaar gebroken en terneergeslagen. Ze moeten nog bijkomen van wat hun vrienden en collega’s is overkomen. “A sani disi hebi, mi brada, sorry dati unu no man taki tumusi furu now now”, zegt een andere tegen de krant. Hij staat op en loopt weg.
Gold rush
Maandagmiddag tegen drie uur waren de mannen bezig zakken te vullen met los gegraven zand waar vermoedelijk veel goud in zit. Dit zand wordt meegenomen naar de tenten waar ze verblijven. Het wordt schoongewassen en stenen worden vermalen om het goud te scheiden van zand en steen. Dit gebeurt ook op andere plekken in het binnenland waar aan kleinschalige goudwinning wordt gedaan.
Maar bij kamp 21 is er een gold rush. Er is een goudader ontdekt en daar komen vooral veel jongemannen op af. “Het waren allemaal mijn vrienden, één is zelfs mijn jongere broer. Het waren zonen, echtgenoten en vaders”, zegt Doekoe verslagen. Hij herhaalt dat hij niet terug zal keren naar de mijn waar het drama zich heeft voltrokken.
Hij wijst naar enkele zakken gevuld met aarde uit het mijngebied, die naast de tent staan waar hij slaapt. De verzamelde grond wordt in een speciaal proces gescheiden van het goud. “Hier, op deze zakken, zaten mijn broer en ik. Hij vertrok en drie uurtjes later kwamen anderen mij vertellen dat de hoge bergwand is afgebroken en dat mijn jongere broer ook is bedolven.”
Doekoe kon het niet geloven en durfde niet eens te gaan helpen met het zoeken naar de lichamen. Hij wist hoe klein de overlevingskans was door de beklemming. “Je moet veel geluk hebben om dat te kunnen overleven.”
Zelf ontsnapte hij een paar jaar geleden aan de dood toen een bergwand instortte en op hem terechtkwam. Hulp kwam snel en hij werd van onder het puin bevrijd. “Ik weet wat voor gewicht dat ding heeft en hoe klein de kans is dat je het overleeft.”

Werkwijze
Kamp 21, zo heet de plek, ligt op twintig minuten rijden, voorbij het dorp Brownsweg richting Atjoni. Na 21 kilometer door een heuvelachtige zandweg richting het oosten kom je bij een tentencomplex aan. Allemaal van goudzoekers. Achter dit tentencomplex van verschillende groepjes goudzoekers, op ongeveer een kilometer afstand, is de goudader ontdekt.
Graafmachines graven zand op en vullen vrachtwagens. De goudader zit in een berg, dus om daar te komen moet er best diep worden gegraven. Normaliter moet de berg trapsgewijs worden gegraven om het gevaar van afkalving te verkleinen. Zijin doet het op die manier, want niet ver van Kamp 21 is deze multinational actief en je ziet dat de bergen, waar zij opereert, op deze manier worden afgegraven.
Echter, die aanpak kost de kleine goudzoekers veel tijd, veel energie en vooral veel brandstof voor de graafmachines. Ze willen de kortste route pakken om bij de goudader te komen en die blijven volgen. Er wordt dus recht naar beneden gegraven met een heel steile bergwand als gevolg. Alleen al een losgeraakte steen zo groot als een ei kan levensgevaarlijk zijn vanwege de hoogte en de snelheid die ze ontwikkelt.
Gezinnen
Volgens de mannen is eerst een deel van de bergrand afgebroken. Bij de poging om de bedolven goudzoekers te bevrijden, raakte een groter deel los. Vijftien mannen, onder wie de helpers, hebben het niet overleefd. “Dit is zwaar, echt zwaar, je rent ernaartoe om je collega’s te bevrijden, dan kom jij zelf ook om het leven”, zegt Doekoe.“Je weet dat dit een keer kan gebeuren, maar dat neemt de pijn en het verdriet niet weg. Het zijn zonen, echtgenoten en vaders. Na moni den man ben suku, a no ogri de man ben du”, mompelt hij over zijn vrienden en collega’s.
Eén van de slachtoffers had een vrouw die zwanger is en een ander slachtoffer had één weer met jonge kinderen. “A nyunsu disi hebi fu tyari go prati gi den famiri yere.”
