door Stan Herewood
PARAMARIBO — “De randvoorwaarden moeten volop aanwezig zijn om een compleet centrum te maken dat voldoet aan gangbare standaarden. Het moet een centrum worden waar talenten zich optimaal kunnen ontplooien. Ik wil een goed ding achterlaten”, dit zegt Lorenzo Atida, onderdirecteur Sportaccommodaties en Ruimten op het ministerie van Regionale Ontwikkeling en Sport. “Het is betreurenswaardig dat ‘Sosis’, dat langer dan zestig jaar bestaat, er zo verpauperd bij staat.”
Hij geeft hij toe dat de situatie rond het Willebrod Axwijk Sportcentrum – in de volksmond ‘Sosis’ (Stichting tot Ontwikkeling van de Sport in Suriname, … red.) – moet worden aangepakt, zodat een betere en duurzame accommodatie ontstaat. Hij noemt een goede afwatering, goede sanitaire voorzieningen, verlichting en omrastering en goede inrichting van het gebouw als zaken die grote aandacht verdienen.
“Afgezien van nieuwe gebouwen die er moeten komen op het complex, heeft de veiligheid hoge prioriteit”
Bewaking
De functionaris wijst vooral op het belang van verbetering van de omrastering. Om op het terrein te komen vernielen onverlaten de omheining of springen er over heen. “Het aantal vernielingen is toegenomen. Beveiligen met sloten en kettingen bij de poorten helpt niet. Zelfs poorten die gelast zijn begeven het. De politie komt meermalen langs op meldingen, maar kan het niet meer aan. De methoden van inbraak zijn identiek. Dieven zijn op zoek koperen buizen en elektrische installaties”, vertelt de onderdirecteur.
Een ander probleem is de vergrijzing van het onderhouds- en bewakingspersoneel. Daarnaast begint de dienst van de bewaking pas om tien uur ‘s avonds. Bovendien zijn de mensen die ermee zijn belast, niet opgeleid. In geval van onraad weten ze niet wat te doen. Ze beschikken ook niet over de tools en kunnen indringers niet aan omdat optreden voor hen als bewaker fataal kan aflopen. Geld voor het inhuren van een gecertificeerd beveiligingsbedrijf is er niet.
Masterplan
Atida kondigt een masterplan aan om het sportcentrum een gezonde facelift te geven, maar wil geen druk leggen op de ‘oververhitte’ landsbegroting. “We gaan op pad … ik breek mijn hoofd hoe het plan te financieren. Ik ga op zoek naar bedrijven die een handje willen helpen en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid willen nemen. Afgezien van nieuwe gebouwen die er moeten komen op het complex, heeft de veiligheid hoge prioriteit. Het veiligheidsgevoel moet terug als men het complex betreedt.” De veiligheid moet volgens hem zijn gegarandeerd nog voordat het masterplan in werking treedt. Er wordt met een beveiligingsbedrijf gesproken.
Er zijn voorzieningen getroffen om het terrein regelmatig te onderhouden, zodat het wied niet meer de overhand neemt. Atida constateert dat bij de bouw en aanleg van sportfaciliteiten er niet echt een onderhoudsplan bestaat. Dat is precies de reden waarom de atletiek kunststofbaan van het sportcentrum in verval is geraakt. “We bekijken de mogelijkheid om – door interventie van het ministerie van Openbare Werken – een baan van asfalt aan te leggen.”
Aan de voorkant van het complex staat een basketbalveld dat volgens Atida al vóór zijn aantreden werd gebruikt als parkeerplaats. Opvallend is dat ondanks de minder rooskleurige situatie, zoals geschetst, vooral in het weekend twee- tot driehonderd jeugdigen gebruikmaken van de natuur grasvelden en het kunstgrasveld. Op de vraag waarom de jongeren niet worden gemotiveerd tot zelfwerkzaamheid om de velden regelmatig te onderhouden, zegt Atida dat hij hen een keer zover heeft kunnen krijgen, “maar daarna wilden ze geld zien”.