SERIEUS!? / Ivan Cairo
Suriname werd maandag geconfronteerd met een tragedie zoals we die van het wereldnieuws in andere landen kennen. Een mijnramp met nu al veertien doden zijn zaken die we horen en lezen over landen en gebieden als China, Zuid-Afrika en Latijns-Amerika.
Een ongeval of incident met zoveel doden tegelijk is voor ons bijna niet te bevatten. Het gaat ons verstand te boven. Voor ons is dat ongewoon. Daarom komen dergelijke tragediën heel hard aan. Vanwege de kleinschaligheid van de bevolking is het bijna onvermijdelijk dat je wel een familielid of mati hebt die rechtstreeks of zijdelings slachtoffer is bij een drama met zoveel dodelijke slachtoffers.
“Laat hun dood – deze hoge prijs – in ieder geval een punt markeren waarop we als overheid, als samenleving, stellen dat het nu wel genoeg is geweest”
Bijna op de dag af kwamen dertien jaar geleden op 21 november 2010 zeven gouddelvers om het leven bij een soortgelijk ongeluk op de concessie van Newmont in het Paamakagebied. Maar hebben we daaruit geleerd? Zijn we zaken in de kleinschalige goudsector anders gaan aanpakken of doen?
Bij dit soort incidenten doemen er altijd vragen op, waarvan sommige onbeantwoord zullen blijven. Waarom is het gebeurd? Hoe is het gebeurd? Had het ongeval voorkomen kunnen worden? Waarom zoveel doden? Waarom juist deze mannen? Zouden ze in de tunnel hebben gezeten als er ander goedbetaalde werkgelegenheid in het gebied was?
Dat er in de kleinschalige goudsector nauwelijks sprake is van orde is publieksgeheim. Het is chaos; een wildwestsituatie. Opeenvolgende regeringen reppen al decennia over ordening en regulering maar echte acties daartoe die vruchten afwerpen zijn tot nu toe uitgebleven.
Is het al duidelijk waarom de ordening tot nu toe niet is gelukt? Of zullen we weer hetzelfde doen en een ander, beter resultaat verwachten? De mannen die in Klein-Saramacca in het Matawaigebied het leven hebben gelaten, waren bezig met broodwinning. Ze hebben er niet voor gekozen te gaan roven, stelen of moorden om aan geld te komen. Had hun dood voorkomen kunnen worden als de sector al geordend was? Misschien. Maar dat zullen we nooit te weten komen.
Laat hun dood – deze hoge prijs – in ieder geval een punt markeren waarop we als overheid, als samenleving, stellen dat het nu wel genoeg is geweest. Dat dit het, helaas tragische, punt is waaronder we een dikke streep trekken door de chaos en bandeloosheid en daadwerkelijk gaan werken aan de ordening en regulering van de kleinschalige goudsector, zodat de arbeidsomstandigheden en veiligheidsstandaarden worden verbeterd.
Laat het niet bij adhesiebetuigingen blijven. Toezicht, daadwerkelijke en rigoureuze toezicht zonder partijpolitieke bemoeienis en belangenverstrengeling, zal essentieel zijn. Woorden moeten eindelijk worden omgezet in daden. Of zullen we wachten tot de volgende ramp, de ramp na die ramp of op de zoveelste presidentiële commissie?