HET ZIT NIET mee met het onderwijs in Suriname. Waren er begin november ruim zeshonderd kinderen die nog niet konden worden geplaatst op scholen, nu zijn er honderden kinderen van de verre plekken in het binnenland waar geen water is die nu al weken onderwijs ontberen. Ook in het verre zuiden was dat tot begin november niet mogelijk: er was namelijk niet betaald voor luchttransport naar de plekken.
In zijn persconferentie aan begin november liet minister Henry Ori van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (OWC) weten dat het binnenland een zorgenkindje zal blijven. Echter, een zorgenkindje verdient dubbel zoveel aandacht. Dat zou zich moeten uiten in het bekijken van opties om het onderwijsproces wel voort te laten gaan. Toch is er daarover publiekelijk tot nu toe geen melding van gemaakt.
Tijdens de Covid-19-periode twee jaar terug waren er allerlei plannen en manieren bedacht om kinderen die thuis waren of om de ene dag naar school gingen toch te voorzien van afstandsonderwijs. In sommige gevallen waren dat lessen die via internet werden verstuurd naar ouders, waarbij hen werd gevraagd de begeleiding te doen.
En er waren school televisieprogramma’s ontwikkeld om kinderen via de televisie te voorzien van de educatie waar elk kind recht op heeft. Immers, het recht van elk kind op kwalitatief goede educatie behoort tot één van de duurzame ontwikkelingsdoelen (sustainable development goal 4).
Echter, we zien geen sense of urgency bij het ministerie om, hoe dan ook, ervoor te zorgen dat kinderen niet achterblijven. Wat zal er gebeuren met deze kinderen die een groot deel van het eerste kwartaal niet naar school zijn gegaan. Daarbovenop komt er nog bij dat er nu al een aantal dagen geen onderwijs wordt gegeven in de kustgebieden door de stakingen die aan de hand zijn.
Het is moeilijk om in deze omstandigheden een schuldige aan te wijzen. Van het ministerie van OWC mag worden verwacht dat die alles in het werk stelt om kinderen, die (nog) geen onderwijs krijgen, tegemoet te komen. Maar extra lokalen en regen kan de minister niet even erbij toveren.
De leerkrachten zouden ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen en zo veel mogelijk de lessen via de digitale weg door laten gaan. Maar als de incentives daartoe ontoereikend zijn en er wordt niet centraal aangestuurd naar dit punt, dan zal het ook niet komen.
In alle gevallen is het kind (voor de zoveelste keer) de gebeten hond. Van hen zal worden verwacht dat ze in een mum van tijd de opgehoopte stof moeten inhalen. Net zoals het nu al gaat met de scholen die twaalf uur sloten voor de actie. Het ministerie drukte leerkrachten op het hart om alle stof te behandelen.
De bewindsman heeft bovendien het doorstromen getemperd, dus de klassen zoals die nu zijn, zullen vol blijven, want de overgangscijfers zullen zonder interventie werkelijk bedroevend zijn. Daardoor zullen veel kinderen gedemotiveerd raken en de school verlaten. Suriname lijkt heel snel richting dieptepunt te koersen in het onderwijs. Bijzonder jammer is dat.