Gwendolyn Smith, directeur Green Growth Suriname (GGS), vreest grote conflicten tussen Inheemse en tribale volkeren bij het uitblijven van transparant beleid zijdens de regering in de kwestie van de mennonieten. Inheemsen zeggen reeds enige tijd dat zij zich in een hoek gedrukt voelen door de regering. “En met de komst van de mennonieten is het gevoel vergroot”, aldus Loyd Read, voorzitter van het Inheems Collectief Suriname (ICSUR).

Volgens Read is de Inheemse samenleving nog steeds verhit over de gebeurtenissen van 2 mei te Pikin Saron. “Het is een zwarte bladzijde in de strijd om de grondenrechten van de Inheemsen”, aldus Read. Hij verduidelijkt dat de Inheemsen duidelijkheid van de overheid wensen over wat er is afgesproken met de mennonieten. Smith en Read zaten vrijdag aan tijdens een persconferentie, die is belegd door diverse milieuorganisaties en activisten.

Het doel was de media en samenleving te informeren over de mogelijke dreiging van activiteiten die door de mennonieten ontplooid zullen worden. Men is van mening dat de landbouwactiviteiten een grote impact zullen hebben op de natuur en de gemeenschappen. De overheid had volgens de organisaties een sociaal-maatschappelijk onderzoek moeten uitvoeren over de mogelijke effecten die de activiteiten van de mennonieten hebben op een bepaald gebied.

Rudi van Kanten, directeur van Tropenbos Suriname, meent dat als de groep daadwerkelijk grote stukken land in cultuur wil brengen, dit enorme gevolgen zal hebben voor Surinames status als land met 93 procent bosbedekking. Gesproken wordt van een serieuze bedreiging voor het ecosysteem en de gemeenschappen in het binnenland. Daarenboven kan het uitblijven van de Wet op grondenrechten het probleem nog groter maken voor de gemeenschappen in het binnenland.

Van Kanten zegt dat er onder meer aan De Nationale Assemblee is gevraagd of de mennonieten daadwerkelijk grond hebben gekocht voor een bedrag van ruim US$ 600.000. De directeur van Tropenbos Suriname zegt dat er heel wat studies gedaan moeten worden voordat het project wordt uitgevoerd. Duurzaam onderzoek zou volgens hem hooguit een jaar moeten duren. “De culturele en historische plekken moeten beschermd worden. Het ontbreekt volledig aan transparantie vanuit de regering”, merkt Van Kanten op.